BY: W. Shadid, 9-1-2012
Zoals in een eerdere bijdrage is gesteld is de oppervlakkigheid waarmee Nederlandse en Belgische onderwijs- en hulpverleningsinstellingen omgaan met het vraagstuk van interculturele competenties onthutsend. Vele instellingen en hun medewerkers (docenten, leerkrachten, artsen, verpleegkundigen, ambtenaren) doen niets aan dat thema. En degene die er wel aandacht aan besteden doen dat alleen via een lezing en of dagtraining.
De elearning module is een exclusieve cursus op universitair niveau: theorie en training om antwoord te geven op vragen als:
- Waarom is Ali niet, of juist wel, anders dan Jan?
- In welk opzicht is een mens een cultuurwezen?
- Hoe is de misinterpretatie van non-verbale signalen te vermijden?
- Waarom willen Fatima en Carla hun identiteit behouden?
- Wat is de rol van beeldvorming bij het mislopen van hulpverlening?
- Waarom zijn mensen geen vertegenwoordigers van hun groepen?
- Waarom is een training in interculturele competenties voor zowel autochtone als allochtone hulpverleners noodzakelijk?
- Hoe kan interculturalisatie de doelmatigheid en productiviteit van instellingen verhogen? en
- Hoe kan interculturele competentie de hulpverlening optimaliseren?


In de berichtgeving over multicultureel Nederland trekken behalve de maatschappelijke debatten over integratie en inburgering twee andere kwesties de aandacht. Beide kwesties hebben te maken met statistische vergelijkingen van autochtonen en allochtonen in relatie tot aspecten als criminaliteit, huiselijk geweld, schooluitval, en ziekte- en gezondheidsbeleving.
De term cultuurrelativisme wordt toegeschreven aan de antropoloog Boas die het aan het begin van twintigste eeuw als tegenhanger van etnocentrisme heeft gelanceerd. In 1911 schreef Boas “Het is moeilijk om te erkennen dat de waarde die wij geven aan onze cultuur voortkomt uit het feit dat wij in die cultuur leven en dat deze ons gedrag sinds de geboorte beheerst. Maar het is zeker voorstelbaar dat er andere culturen bestaan die niet van mindere waarde zijn dan de onze, hoewel het voor ons onmogelijk kan zijn om de waarden ervan te appreciëren, omdat wij niet daarin zijn opgegroeid”.
In discussies over de verschrikkelijke terroristische aanslag in Noorwegen van vrijdag 22 juli jl wordt in de media veelvuldig verwezen naar publicaties van de terrorist Breivik waarin hij aangeeft bewondering te hebben voor de Nederlandse PVV en de ideeën van diens leider. In het manifest wordt het gedachtegoed van deze beweging geprezen en als inspiratiebron genoemd. Met name de anti-islam agenda en de afkeer van de multiculturele samenleving in het algemeen staan daarin centraal.
Nederland telt meer dan een miljoen inwoners met een meervoudige nationaliteit. In de afgelopen 15 jaar is dit aantal als gevolg van naturalisaties verdrievoudigd. Voor sommigen baart dat verschijnsel zorgen en wordt in verband gebracht met gebrek aan loyaliteit voor, of gebrek aan tros op het nieuwe vaderland. Vaak heeft deze weerstand echter meer te maken met emotie, kopieergedrag, etnocentrisme en te weinig kennis ter zake.
De term etnocentrisme is door de Amerikaanse wetenschapper Sumner omstreeks 1900 geïntroduceerd en had in eerste instantie betrekking op de manier waarop koloniale mogendheden hun kolonialisme en koloniale praktijken rechtvaardigen.

