BY: W. Shadid, 30-10-2009
Klik hier om een pdf-versie te downloaden
Als gevolg van technologische ontwikkelingen, globalisering en migratie is Nederland nooit eerder zo multicultureel geweest. Nederland is thans een land met honderden natio-naliteiten en een veelvoud aan culturen en volksculturen. Hoewel deze etnoculturele diversiteit in toenemende mate wordt geproblematiseerd, is het één van de meest waardevolle rijkdommen die het land in de twintigste eeuw heeft opgebouwd. Volgens de Universele Verklaring van de UNESCO is culturele diversiteit voor de mensheid even belangrijk als biodiversiteit voor de natuur. Het is een bron van uitwisseling, innovatie en creativiteit. Culturele diversiteit is het gemeenschappelijke erfgoed van de mensheid en dient als zodanig erkend te worden in het belang van huidige en toekomstige generaties. Het verdedigen van culturele diversiteit is daarom een ethische verplichting die gekoppeld is aan respect voor menselijke waardigheid, aldus de universele verklaring van de UNESCO.
Het is uiteraard geen openbaring als ik nu betoog dat er in Nederland een verschraling merkbaar is van het ideologische spectrum met betrekking tot het draagvlak voor culturele diversiteit en de wenselijkheid van multiculturalisme. De opvatting dat Nederland geen multiculturele samenleving is en ook niet mag worden, waarbij eveneens wordt getwijfeld aan de noodzaak van een multiculturalismebeleid is de laatste jaren veelvuldig verwoord. Als voorbeeld verwijs ik naar de opvatting van Balkenende, die in 2002 als fractievoorzitter van het CDA schreef dat gemeenschapszin gemeenschappelijk gedeelde waarden veronderstelt, en dat daarom de multiculturele samenleving niet iets is om naar te streven. Continue reading this post…
In verband met de afscheidsrede van Wasif Shadid op 30 oktober a.s. als bijzonder hoogleraar Interculturele Comunicatie (ICC), heeft Ton Vallen met hem een gesprek gevoerd. Een passage uit dat interview:
Het zal weinigen ontgaan zijn dat de discussie over de Marokkaanse namenlijst weer is opgeleid. Hoewel buitenstaanders deze kwestie als triviaal kunnen beschouwen, laten belanghebbenden en politici zich emotioneel en onomwonden er over uit.
Hoewel het beginsel ‘scheiding van kerk en staat’ in Nederland al in de achttiende eeuw is ingevoerd, zijn de inhoud en reikwijdte ervan allerminst duidelijk. In een notendop gaat het daarbij om een afspraak tussen kerk en staat over de mate van ieders autonomie en eventuele financiële ondersteuning waarop kerken wel of niet mogen rekenen. Deze afspraak is echter niet geconcretiseerd in wetgeving, maar wordt afgeleid uit Grondwetsartikelen 1 en 6 waarmee de gelijkheid van burgers en de vrijheid van godsdienst worden geregeld. 
Segregatie dat nu de kern vormt van het onderwijsdebat, is vooral etnisch en wordt teweeggebracht door factoren als woonconcentraties, sociaal economische achtergronden, alsmede de ‘witte vlucht’ wegens etnische afwijzing en vermijding van leer- en gedragsproblemen op ‘zwarte’ scholen.
Onder andere door hun overmatige oriëntatie op exotisme maken de media zich schuldig aan het presenteren van generaliserende en stigmatiserende berichten, het simplificeren van hun cultuur, het opdelen van de samenleving in ‘wij’ en ‘zij’, het projecteren van deze groepen als last en bedreiging voor de samenleving, en het portretteren van moslims als achterlijk, irrationeel, fanatiek en niet geïntegreerd. En dat creëert minachting voor en wantrouwen jegens deze bevolkingsgroepen. Nationaal en internationaal onderzoek leggen dit herhaaldelijk bloot.
Een vijandige houding ten opzichte van de islam of moslims in het Westen wordt de laatste decennia met islamofobie en anti-islamisme aangeduid. In officiële (inter)nationale rapporten en in wetenschappelijke publicatie zijn deze termen reeds goed ingeburgerd.